1) stel nu dat Jan de waarheid spreekt.
Hij zegt dat ze alledrie leugenaars zijn. Door dit te zeggen verduidelijkt hij dat hij zelf aan het liegen is, hoewel hij de waarheid spreekt. Jan kan dus niet de waarheid spreken.
2) stel nu dat Tom de waarheid spreekt.
Tom beweert dat Jan de enige leugenaar is. Door dit te zeggen is An geen leugenaar. An beweert dat Tom en Jan liegen. Dus als de bewering van An juist is, dan liegt Tom ( wat eigenlijk in deze situatie niet klopt ). Dus Tom spreekt niet de waarheid.
3) stel nu dat An de waarheid spreekt.
An beweert dat Tom en Jan leugenaars zijn en zij zelf spreekt de waarheid. Dit klopt perfect.
Ik heb geprobeerd om het zo goed mogelijk uit te leggen. Een verklaring hiervoor kan je moeilijk samenstellen. Met wat inzicht moet men het eigenlijk kunnen inzien.

ja Atilla.Ik herinner me deze vraag van de Vlaamse Wiskunde Olympiade 2004. Maar daar was het Kwik, Kwek en Kwak i.p.v Jan, An en Tom. Kan dat?

Ja, je hebt gelijk.

'K heb de namen veranderd zodat het een beetje onopvallend zou worden.
